Ga direct naar de hoofdinhoud

Piccardt 1804 - 1876

 

De Porseleine Fles

Dirck Harlees verkocht de onderneming in 1804 aan Henricus Arnoldus Piccardt, wiens dochter Geertruida V.M.A Piccardt de fabriek leidde van 1849 tot 1876.

Piccardt was de eerste in Nederland die probeerde om bedrukt aardewerk te vervaardigen.

Hij was hiertoe gedwongen om te voorkomemen dat De Porseleine Fles failliet zou gaan.

De concurrentie voor gebruiksaardewerk was erg groot, vooral uit Engeland.

Piccardt moest omschakelen naar andere aardewerksoorten om de kwaliteit en

duurzaamheid te verbeteren.

Hij slaagde er zelf niet in om dat betere aardewerk te produceren en besloot toen om ongedecoreerd aardewerk uit Engeland te betrekken en dat zelf in Delft te decoreren met transferdecors en het daarna te glazuren.

Met name Geertruida heeft dat met enig sukses gedaan, toch was de concurrentie, inmiddels ook uit Limburg, te sterk en in 1876 werdt de fabriek dan ook verkocht aan Joost Thooft.

Deze laatste startte opnieuw met suksesvol handgedecoreerd aardewerk, dat tot de dag van vandaag nog wordt gemaakt.


In 1877 associeerde de ingenieur Joost Thooft (1844-1890) zich met de dames Piccardt; de zo gevormde firma Piccardt en Co. zette een kleine aardewerkfabriek uit 1653 voort. Adolf le Comte werd aangetrokken als artistiek leider. Het blauw-Delfts sieraardewerk werd onder zijn leiding in een nieuwe techniek (geen tinglazuur ondergrond meer) vervaardigd. In 1878 begon Leon Senf op 18-jarige leeftijd bij de firma te werken. A. Labouchere (1860-1940), leerling van Le Comte, kwam in 1881 als volontair in dienst. In 1884 volgde de associatie Fa. Joost Thooft en Labouchere. Inmiddels was in 1883 G.J.D. Offermans bij het bedrijf gekomen, hij kreeg spoedig de technische leiding en was van 1892 tot 1898 onderdirecteur. Naast het traditionele Delftsblauw en de tegeltableaus naar schilderijen, die goed werden verkocht, ontwierp J.Th.M. Visser nieuwe decors met rood, blauw en goud op witte ondergrond. In 1890 overlijdt Thooft, die van 1885 af ziek was en sindsdien weinig bemoeienis met het bedrijf had. Met de intrede van H.W. Mauser in 1891 kon de ontwikkeling van nieuwe producten worden voortgezet.

Literatuur

  • Singelenberg-Van der Meer, M., Nederlandse keramiek- en glasmerken 1880-1940, 2001.
  • Gelder Dr. H.E. van, Pottenbakkerskunst, in de reeks De Toegepaste Kunsten in Nederland, Rotterdam 1923.
  • Eliens, Titus e.a., Geschiedenis van een nationaal product, deel III De Porceleyne Fles, 2003.
  • Bogaers, Marie-Rose, Karin Gaillard en Marie-Louise Ten Horn-Van Nispen, De Porceleyne Fles, De wedergeboorte van een Delftse aardewerkfabriek, 1986.
  • Erickson, Rick, Royal Delft, a guide to De Porceleyne Fles, 2003.
  • Mauser, Drs. H.M., Passie voor penseel en plateel, Leon Senf en H.W. Mauser bij de Porceleyne Fles 1878-1930, 2008.